Een device in de les maakt mijn leven een stuk makkelijker” Marieke Wenning, docent Tabor d’Ampte College Hoorn.

Devices zijn bijna niet meer weg te denken op een school. Maar wat bieden devices voor extra’s en waar moet je op letten bij de aanschaf? Hieronder vind je een aantal veelgestelde vragen met antwoorden.

Een device wordt in de school gebruikt als drager van elektronisch leermateriaal. Daarnaast kan een device worden gebruikt om informatie op te zoeken, te communiceren met anderen en teksten te verwerken.

Hoe scholen een device gebruiken, verschilt van school tot school, van docent tot docent, van les tot les en zelfs van opdracht tot opdracht. In dit filmpje vertellen een aantal schoolleiders en docenten naar hun ervaringen met de invoering van devices:

Kennisnet heeft onderzocht welke factoren van belang zijn bij het implementeren van ict in de school. Deze factoren zijn: visie, deskundigheid, inhoud en toepassingen en infrastructuur. Kennisnet noemt de samenhang tussen deze randvoorwaarden het ‘vier-in-balans-model’. Kern is dat alleen het regelen van een van deze pijlers geen zin heeft: alle vier de pijlers dienen gezamenlijk te worden opgepakt om opbrengsten met ict te realiseren. Zie voor meer informatie over het vier-in-balans-model de website van Kennisnet.

Dit betekent dat de aanschaf van devices niet een losstaand doel kan zijn; er dient aandacht te zijn voor de visie, deskundigheid, inhoud en toepassingen en andere vormen van infrastructuur (zoals connectiviteit en draadloze netwerkverbinding).

Er zijn vele mogelijkheden, waarbij bij elke variant van financiering de nadruk weer net iets anders wordt gelegd. Voor het maken van een keuze tussen de constructies is het handig om na te denken wat de school belangrijk vindt: staat de gebruiksvriendelijkheid, compatibiliteit, flexibiliteit, privacy of veiligheid voorop?

Ter inspiratie vertellen een aantal schoolleiders in dit filmpje hoe zij devices in hun school hebben gefinancierd:

Nee, een school mag de aanschaf van een device (laptop of tablet) niet verplicht stellen. Een laptop of tablet valt niet onder de definitie van lesmateriaal (zoals deze in de ‘wet gratis schoolboeken’ is opgenomen), omdat het de drager is van informatie en zelf geen informatie is en niet voorge­schreven wordt voor een specifiek leerjaar. Hierdoor valt een laptop of tablet niet onder het lesmateriaal dat scholen gratis aan ouders dienen te verstrekken. Het bezit van een laptop of tablet kan door scholen niet van ouders worden geëist, net zo min als ouders dit van de school kunnen eisen. Op het moment dat scholen volledig of grotendeels schoolboeken vervangen door digitaal lesmateriaal en het bezit van een laptop of tablet voor het leerproces noodzakelijk is geworden, dienen scholen hierin zelf te voorzien. Scholen kunnen via de vrijwillige ouderbijdrage kosten in rekening brengen voor (het gebruik van) een laptop of tablet, maar ook daarvoor geldt: als een ouder kiest hiervoor niet te betalen, dient de school voor het desbetreffende leerjaar te voorzien in voor de leerling bruikbaar lesmateriaal.

Zie ook:
Brochure van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen “schoolkosten en onderwijstijd” pag. 10-11

Scholen mogen het geld voor leermiddelen naar eigen inzicht besteden, passend bij de visie en leermiddelenbeleid van de school. In de praktijk gaan scholen gevarieerd om met de aanschaf van devices. Sommige scholen geven aan geld voor leermiddelen over te houden en dit te gebruiken voor (een deel van) de aanschaf van devices of het wifi-netwerk. Andere scholen redden dit financieel niet en vragen een bijdrage aan de ouders (zie vraag: Mogen scholen de aanschaf van een device verplicht stellen voor leerlingen?) of maken afspraken met de aanbieders van devices.

Op 3 juli 2014 heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën in een Kamerbrief aangekondigd dat het zogeheten ‘noodzakelijkheidscriterium’ in de werkkostenregeling wordt verruimd. Tablets worden dan niet langer als beloning, maar als ‘noodzakelijk voor het werk’ gezien. Een werknemer hoeft er dan geen loonbelasting meer over te betalen. De wijzigingen in de werkkostenregeling worden budget-neutraal ingevoerd. Dit heeft tot gevolg dat de vrije ruimte is verlaagd van 1,5% naar 1,2%. De aangepaste werkkostenregeling is per 1 januari 2015 in werking getreden.

Zie ook:
Uitleg van de Belastingdienst over de wijzigingen in de werkkostenregeling per 1 januari 2015