september 23, 2015 Daniëlle Borkent

Ashram College in AD

Boris Berlijn (43) is docent aardrijkskunde en wereldburgerschap en geeft les aan vmbo’ers. Hij is geen doorsnee leerkracht. Zijn lessen zijn erg interactief en hij heeft een hekel aan Cito-toetsen. Berlijn geeft al zeventien jaar les op het Ashram College in Alphen, op de school waar hij zelf ook les kreeg. Het Ahram College neemt deel aan het Leerlab Curriculumbewustzijn.

Hieronder vind je een interview met Boris uit het AD Groene Hart.

Ondanks zijn lange loopbaan op één school verveelt het lesgeven hem niet. Integendeel. ,,Elke klas is weer anders. Bovendien moet je als docent blijven experimenteren. Je moet je professie serieus nemen. Je hebt op je opleiding een trucje geleerd, maar dat kun je niet dertig jaar lang blijven herhalen. Leerlingen vragen nieuwe en andere dingen.”

Mede daarom hangen in zijn lokaal liefst drie digiborden. Die niet alleen door Berlijn gebruikt worden om uitleg te geven aan de leerlingen. Zij mogen ook zelf de borden gebruiken. Berlijn schreef blogs over lesgeven en viel daarmee op in onderwijsland. Hij volgde diverse cursussen en opleidingen en kent bijvoorbeeld de software van de digiborden. Daar geeft hij collega’s les over.

Als zijn leerlingen de klas inkomen, loggen ze via smartphone of iPad in. Deze week ging een les over de Nederlandse cultuur. Leerlingen kunnen via hun apparaten steekwoorden aangeven, die allemaal op het digibord verschijnen. ,,Zo hoor ik alle kinderen, niet alleen diegenen met de grootste mond, maar ook de leerling die zijn vinger niet durft op te steken. Ik leer ze ook om zich in een ander in te leven, door meningen voor en tegen een stelling te bedenken. Dat maakt van mijn leerlingen straks wereldburgers.” Berlijn merkt dat door de interactieve vorm van lesgeven zijn leerlingen meer betrokken zijn.

Toch denkt hij niet dat alle docenten op dezelfde manier les zouden moeten geven. Als iedereen het op zijn eigen manier doet blijft het voor de kinderen leuker door de verschillen, denkt de Alphenaar. Hij zet zijn leerlingen graag in groepjes bij elkaar, een ander in tweetallen. ,,Samenwerkend leren is heel belangrijk, ik denk dat één plus één drie is.”

Zijn klas wordt omschreven als een ‘smart collaborative classroom’. Daarvan is er slechts één in Nederland, en zes in Europa. Via het digibord heeft Berlijn ook contact met andere scholen, op verschillende plekken in de wereld. Global collaborations, worden die genoemd. Hij kreeg het voor elkaar dat zijn leerlingen ’s ochtends om half acht op school waren om te ‘bellen’ met een klas in Rusland. ,,Om van elkaar te leren. De Russen denken dat wij klompen dragen op school bijvoorbeeld.”

Zo verzint hij elke keer nieuwe projecten. Binnenkort sluit hij zich aan bij het educatieteam van Google en vertelt hij in Saoedi-Arabië over zijn manier van lesgeven. ,,Ik ervaar zelf dat het leuk is, de kinderen vinden dat ook. Het geeft mij energie. Maar ik zou het ook zonder technologie kunnen uitleggen. Met een half brood kan ik ook over Syrië vertellen, bij wijze van spreken.”

Als het aan Berlijn ligt, worden Cito-toetsen en zelfs het centraal schriftelijk eindexamen afgeschaft. ,,Ik hoop dat ik dat meemaak,” zegt de docent. ,,Kinderen hebben veel meer kwaliteit dan de vragen die ze moeten beantwoorden. De één kan talent hebben voor schrijven, de ander geeft liever een presentatie. Ik heb zelf drie kinderen, die totaal verschillend zijn. Daarbij komt dat niet iedereen hetzelfde gaat doen, na de middelbare school én dat de beroepen die nu bestaan, er straks misschien niet meer zijn.”

Tagged: