Verschillende initiatieven van gepersonaliseerd leren richten zich op plaats- en tijdonafhankelijk leren. In de klas zorgt de introductie van laptops, tablets en adaptieve systemen ervoor dat leerlingen zelf (in eigen tempo) aan de slag kunnen met lesstof. Wat betekent dit voor de regelgeving rondom onderwijstijd? 

Met de nieuwe wet onderwijstijd, die per 1 augustus 2015 is ingegaan, is de urennorm per leerjaar en per leerling vervangen door een urennorm per onderwijssoort. De urennorm geldt voor de gehele schoolloopbaan, waar voorheen werd gerekend per schooljaar.

De urennorm ziet er als volgt uit:

  • 3700 uur voor het vmbo (vier jaar);
  • 4700 uur voor de havo (vijf jaar);
  • 5700 uur voor het vwo (zes jaar).

Zie de infographic voor een vergelijking tussen de oude en de nieuwe situatie (druk op de afbeelding voor een grotere versie).

Onderwijstijd infographic

Bron: Ministerie van OCW

Meer informatie:

De nieuwe wet geeft scholen meer ruimte om met lesuren te schuiven, bijvoorbeeld als docenten door ziekte uitvallen, en om leerlingen maatwerk te bieden. Ook wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen maatwerkuren en reguliere onderwijsuren. Elk uur onderwijstijd moet immers maatwerk bieden. Deze normen gaan ook gelden voor het uitstroomprofiel vervolgonderwijs binnen het voortgezet speciaal onderwijs (vso). Deze nieuwe urennorm geeft scholen de ruimte om maatwerk te leveren in het aantal uren dat leerlingen daadwerkelijk onderwijs volgen. Het is voor scholen namelijk niet verplicht dit aantal uren aan te bieden: iedere leerling heeft recht op de wettelijke urennorm, maar het is niet een plicht. Er kan dus van worden afgeweken, ook als dit betekent dat een leerling minder uren volgt dan de urennorm. “Het is dus niet zo dat de leerling ‘moet voldoen aan de urennorm’: de school wordt erop aangesproken dat leerlingen er een programma moeten kunnen volgen dat aan de urennorm voldoet” (bron: Ministerie van OCW, 2015). Als je voor een leerling wilt afwijken van de urennorm zijn de volgende overwegingen handig om mee te nemen:

  • afwijken van de urennorm is een professionele afweging van de school, te nemen in het belang van de desbetreffende leerling;
  • een leerling dient minimaal 189 dagen onderwijs per jaar te krijgen;
  • aan te raden is de afwijking van de urennorm te bespreken met de leerling zelf en eventueel de ouders.

Meer informatie:

De nieuwe wet is zo ingericht om scholen zoveel mogelijk de ruimte te laten om eigen keuzes te maken over de planning rondom onderwijstijd. Onderwijstijd dient aan drie voorwaarden te voldoen:

  • bewust gepland en verzorgd onder verantwoordelijkheid van de school;
  • uitgevoerd onder de pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van een leraar of een ander die hier op grond van de wet mee belast mag worden;
  • de medezeggenschap moet er vooraf mee hebben ingestemd.

Meer informatie:

De Medezeggenschapsraad (MR) heeft drie taken bij de invulling van onderwijstijd, waar zij vooraf mee moet instemmen:

  1. De MR heeft instemmingsrecht bij het bepalen welke soorten onderwijsactiviteiten worden ingepland als onderwijstijd;
  2. De MR dient in te stemmen met het beleid van de school voor de omgang met lesuitval. Bijvoorbeeld: wat gebeurt er met een les in het geval van ziekte van een leraar?
  3. De MR dient haar instemming te verlenen met de planning van onderwijsvrije dagen die de school instelt. Op welke dagen in het jaar zijn organisatiedagen, waardoor de leerlingen een roostervrije dag hebben?

Meer informatie:

  • Invoering gemiddelde onderwijstijdnorm van 1000 uur. In plaats van de oude situatie (980 reguliere onderwijsuren, 60 uur maatwerk) wordt een gemiddelde van 1000 uur voor álle leerlingen de norm, met uitzondering van het examenjaar. Hiervoor is binnen en buiten het onderwijs veel draagvlak.
  • Afschaffen onderscheid tussen maatwerkuren en reguliere onderwijsuren. Achterliggende gedachte is dat álle onderwijstijduren maatwerk zijn. Onderscheid zorgt voor ongewenste verwarring en brengt extra administratieve lasten met zich mee.
  • Afschaffen ‘schotten’ in onderwijstijd. Dit betekent dat de onderwijstijd wordt gemeten over de hele schoolloopbaan in plaats van per schooljaar. Zo ontstaat er meer flexibiliteit om het onderwijs te organiseren en is er meer mogelijkheid tot differentiatie. Dit is winst als het gaat om organiseerbaarheid, werkdruk en maatwerk voor leerlingen.
  • Invoering van een aanbodverplichting. Leerlingen hebben het recht om gedurende de totale duur van de onderwijssoort 5700 uur naar school te gaan, maar scholen zijn niet verplicht dit te doen (behoudens de leerplicht). Leerlingen die bijvoorbeeld sneller door de stof heen gaan, mogen dat –op individuele basis- in minder uren doen.
  • Er wordt op schoolniveau afgesproken welke activiteiten meetellen als onderwijstijd. Dit gebeurt vanuit een onderwijskundige visie met instemming van de medezeggenschapsraad.
Wat vinden schoolleiders en docenten van deze nieuwe wet onderwijstijd? Welke kansen en vrijheden ontstaan er nu het jaarlijkse uren tellen verleden tijd is? In het VO-magazine van november 2015 (pagina 10) vertellen het Vathorst College, De Internationale Vos en het Picasso Lyceum hierover.