Serie 1

Tijd en ruimte om te ontwikkelen

Hoe kunnen leermaterialen, het curriculum en het platform zodanig aan elkaar worden verbonden dat leerroutes van leerlingen inzichtelijk worden gemaakt? Dat was de vraag waarover vier scholen zich in dit leerlab bogen. “Het perfecte platform bestaat niet, maar we weten nu wel wat we willen.”

Meer vrijheid
Wat is de belangrijkste opbrengst van dit leerlab? Als antwoord op deze vraag noemen de deelnemende scholen bijna allemaal de toename van het curriculumbewustzijn bij docenten. “Het woord ‘leerdoeldenken’ is niet meer weg te denken op het Liemers”, vertelt Berna Laumen, Hoofd Front Office. “In het begin riep dat wel eens weerstand op, maar die nam af toen docenten meer vrijheid kregen. Docenten zijn geneigd om een methode van a tot z te volgen omdat ze ervan uitgaan dat de methode alle leerdoelen dekt. Maar in een methode staat meestal veel meer dan wat leerlingen moeten kennen en kunnen volgens de kerndoelen en eindtermen. Als je daar kritisch naar kijkt, blijft er ruimte over.”

Sneller differentiëren
Om die reden zijn docenten op CSV Het Perron hun lesmethodes gaan analyseren op basis van leerdoelen. Door lesmateriaal te schrappen kwam er ruimte vrij in het programma. Docent Anne-Marije Kraijnbrink: “Die ruimte kunnen we op onze eigen manier invullen. Het uitdiepen van persoonlijke doelen, bijvoorbeeld. Zo wordt de docent weer regisseur van zijn lessen.” Ze noemt nog een voordeel van denken vanuit leerdoelen: “Als je je bewust bent van de doelen die je met een leerling wilt behalen, kun je als docent sneller differentiëren en personaliseren.”

Lesmateriaal ontwikkelen
Dankzij de deelname aan het leerlab hadden de vier leerlabscholen extra tijd te besteden. Het Greijdanus College gebruikte die tijd om lesmateriaal te schrijven voor vormingsonderwijs. Docent Ries de Vries: “Ik zag docenten vaak stoppen met het ontwikkelen van hun eigen arrangementen, omdat ze te weinig tijd hadden. Wij hadden die tijd gelukkig wel.” Een deel van het lesmateriaal dat de vier scholen ontwikkelden, deelden ze via Wikiwijs. Tevens deden ze een oproep aan andere scholen om ook hun content te delen.

Bijhouden
Docenten van het Etty Hillesum Lyceum – Het Stormink maakten eigen lesstof op verschillende niveaus en koppelden deze aan leerdoelen voor hun Persoonlijk Leren-klassen. Het was een zoektocht waarbij veel kwam kijken, vertelt docent Femke: “Als je tegemoet wil komen aan verschillen en leerlingen zelf keuzes mogen maken, moet de docent weten welke route leerlingen volgen en per leerling bijhouden wat hij doet. Dat is best ingewikkeld. Daarnaast is het veel werk om drie routes per niveau te ontwikkelen.”

Programma van eisen
CSV Het Perron ging op zoek naar een platform waarop docenten de vorderingen van leerlingen op leerdoelniveau kunnen volgen. “Het perfecte platform bleek niet te bestaan, maar we weten nu wel wat we willen. Dat hebben we beschreven in een programma van eisen, zodat een leverancier kan aangeven of ze dat kunnen leveren”, vertelt Anne-Marije.

Zelf ontwikkelen
Het Greijdanus vatte de koe bij de hoorns en besloot zelf een platform te ontwikkelen: Contento. In Contento kunnen docenten een leerpad van zelfgemaakte content of content uit Wikiwijs voor leerlingen klaarzetten. Ook kunnen ze zien wat leerlingen hebben gedaan en hoe leerlingen reflecteren op hun werk. Ries: “Bij het bouwen aan Contento konden we gebruikmaken van de kennis en het netwerk van Schoolinfo. Dat heeft enorm geholpen.”

Hoe verder?
Deelname aan het leerlab bleek voor de vier scholen een stok achter de deur. Het Liemers College heeft bijvoorbeeld flinke stappen gezet. Berna: “Die vaart houden we erin door studiedagen te organiseren rond de thema’s uit het schoolplan. De leerlabdocenten en de directie bepalen samen wat de inhoud van de studiedagen wordt.” Op het Etty Hillesum Lyceum – Het Stormink gaan ze verder met het uitwisselen van ervaringen met andere scholen. “Dat is ons goed bevallen”, vertelt Femke. “Samen met andere Carmel-scholen gaan we verder in het Carmel-leerlab Differentiëren in klassikale context. Dit schooljaar zijn er nieuwe docenten en klassen aangehaakt.”

Bekijk ook de 10 tips van de leerlabscholen.

Continue Reading

Naar een natuurlijke manier van leren

Zes scholen van het leerlab Schoolorganisatie zijn ieder op hun eigen manier aan de slag gegaan met het dusdanig inrichten van de organisatie dat gepersonaliseerd leren mogelijk werd. Waar de een het eigenaarschap bij de leerling heeft gelegd, voerde de andere een bioritmerooster in.

Opgedeeld
Centraal stond voor het leerlab de versnellingsvraag: hoe kan de schoolorganisatie zodanig worden ingericht dat gepersonaliseerd leren mogelijk is? Al vrij snel werd duidelijk dat dit thema te breed was, daarom is dit opgedeeld in de deelthema’s: roostering, voortgangstoetsing en examinering, plaats onafhankelijk leren, HRM-beleid en learning analytics. Niet alleen vanwege het onderwerp, maar ook omdat de zes deelnemende scholen te ver uit elkaar lagen werd het budget voor de leerlabbijeenkomsten ingezet om per school een lokaal netwerk op te bouwen.

Bakens verzet
Coördinator van het leerlab Joris Jeurlink: “We hebben van dit leerlab veel geleerd! Zo was het thema schoolorganisatie te omvattend. Hoewel elke school zich hiermee bezighoudt, verschilt de prioriteit. Of we wezenlijk een doorbraak in gang hebben gezet is moeilijk te zeggen. Er zijn in ieder geval bakens verzet, maar niet zo snel als wij hadden gehoopt. Bij elke verandering loop je tegen veel praktische zaken aan, zoals de landelijke examens waar we allemaal mee te maken hebben.”

Formatief werken
Een van de deelnemende scholen was het Mondriaan College. Beleidsmedewerker Linda le Grand: “We hebben verschillende dingen geprobeerd, maar uiteindelijk is formatief werken bij ons het grootst geworden. Vooral bij Frans, Duits en Nederlands zijn we al ver.” Zo maken leerlingen van het Mondriaan voor Nederlands een opdracht, waarna ze het werk van andere leerlingen gaan beoordelen. Zo leren ze feedback geven, ontvangen en verwerken en krijgen ze meer inzicht in de kwaliteit van hun eigen werk. Bij de vakken Duits en Frans worden leerlingen flexibel getoetst.

Kickstart
Linda: “Dankzij het leerlab zijn trajecten waar we al voorzichtig mee bezig waren in een stroomversnelling terechtgekomen. Omdat je resultaten moet opleveren, moet je steeds goed nadenken wat je volgende stap wordt. Zo hebben we onder andere laten zien hoe je de tools Peerreview en Quayn kunt inzetten op school en hoe je met rubrics omgaat. Mijn tips voor andere scholen? Zorg voor draagvlak in de organisatie, blijf evalueren en verleg je koers als dat nodig is!”

Eigenaarschap
Ook het Dr. Nassau College in Noord-Drenthe nam deel aan het leerlab Schoolorganisatie. Vestigingsmanager Richard Gerding: “Wij waren al bezig met een verschuiving van regulier naar gepersonaliseerd onderwijs, deelname aan het leerlab was voor ons dus een logische stap. Na uitgebreid onderzoek te hebben gedaan hebben we uiteindelijk gekozen voor de Zweedse Kunskapsskolan-methode, die het eigenaarschap bij de leerling legt. Hier hebben we voor gekozen uit de vaste overtuiging dat je het met alleen frontaal lesgeven niet meer redt. We zijn nu twee jaar bezig en deze natuurlijke manier van leren bevalt iedereen erg goed.”

Waar en wanneer je wil
Het Dr. Nassau College is gestart in de eerste klas. Op dit moment werken 120 leerlingen uit de onderbouw volgens deze methode. Zij stellen samen met een coach lange termijn doelen en week- en dagdoelen. Met de laatste twee gaan leerlingen waar en wanneer ze willen aan de slag. Een rooster is er niet, wel moeten leerlingen hun doel halen binnen een bepaalde periode. Dit doen ze door een afspraak te maken voor een formatief assessment met de vakdocent. Deze beoordeelt of een scholier de stof voldoende beheerst om door te mogen – cijfers worden niet gegeven.

Perfect onderwijs
Richard: “Wij zijn al zeven jaar bezig om te kijken hoe we zo perfect mogelijk onderwijs kunnen aanbieden. Terug naar hoe het was, gaan we in ieder geval niet. Een volgende stap is hoe we de bovenbouw in kunnen gaan richten. Om inspiratie daarvoor op te doen zitten we onder meer in een netwerk van zes andere Kunskapsskolan-scholen.”

Beloningssysteem
Ook Piter Jelles de Dyk is al twee jaar bezig met het persoonlijker maken van het leren. Zo hebben zij een bioritmerooster ingevoerd. Elke dag begint met een mentorles gevolgd door een persoonlijke keuzeles. De instructielessen en toetsen vinden volgens een vast rooster tussen 10:00 en 14:00 uur plaats. Daarna is er ruimte om in blokken van 45 minuten zelfstandig te werken. Biologiedocent Hans Krabbendam: “Leerlingen kiezen op vrijdag acht keuzenvakken. Dit zijn zowel verwerkings-, ondersteunings- als talentlessen. Ook werken we met een beloningssysteem; als je er goed voorstaat hoef je op dinsdag, woensdag en donderdag niet de mentorles te volgen.”

Onomkeerbaar
Op De Dyk wordt geen huiswerk gegeven. Leerlingen plannen zelf naar een deadline toe. Ook probeert de school waar mogelijk maatwerk te bieden. Zo mogen mavoleerlingen, als ze er goed voorstaan voor een vak, in de derde klas al examen doen. Hoewel er een aantal positieve veranderingen zijn doorgevoerd, zijn ze nog niet tevreden. Hans: “Onderdeel van de verbetercyclusambitie is om het onomkeerbaar te laten zijn en uit te breiden, maar daarvoor hebben wij nog te weinig coachende docenten in huis. Toch is dit iets, ook nu het leerlab eindigt, nog steeds onze ambitie.”

Continue Reading

Een balans creëren tussen vrijheid en structuur

In het leerlab Leerling eigenaar leerproces zitten scholen die zich expliciet richten op eigentijds onderwijs. De deelname aan het leerlab zorgde voor een stroomversnelling op de scholen. Leerlingen met regie over hun eigen leerproces is de nieuwe standaard.

Herijken
“Als vernieuwingsschool kun je niet tevreden en genoegzaam achteroverleunen, je moet geregeld je uitgangspunten, de pijlers van je onderwijs, herijken”, stelt Teijl van Beest van het Vathorst College. “Wij waren een jaar of wat geleden aan een nieuwe onderzoeksronde begonnen: Doen we nog steeds het goede? Zijn we nog genoeg gericht op zelfverantwoordelijk leren? Sluit ons onderwijs nog aan bij de huidige lichting leerlingen? Toen startte dit leerlab dat paste bij onze vragen. Deelname gaf ons middelen, en verbinding met de rest van het onderwijsveld; daardoor is ons eigen proces versneld.”

Feedback van leerlingen
De versnellingsvraag van dit leerlab was: Hoe kunnen leerlingen aan het stuur gezet worden van hun eigen leerproces? De prominente rol van leerlingen hebben ze ook vertaald naar de leerlabs. Bij elke bijeenkomst schoven leerlingen aan om mee te denken over de onderwijsontwikkelingen op de scholen. De feedback werd gebruikt om plannen aan te scherpen.

Omslag
“Om de leerling eigenaar te laten zijn van zijn eigen leerproces, is bij alle betrokkenen een omslag nodig. Niet vóór de leerling denken maar ruimte geven aan de leerling om zelf te denken. Niet ‘Wat wil ik dat leerlingen leren?’, maar ‘Wat heeft een leerling nodig om aan de slag te kunnen?’”, stellen Ingrid Peters en Rianne de Groot van De Nieuwste School. “Om te beginnen is het nodig dat docenten zich opstellen in een coachende rol. Dat is behoorlijk lastig; docenten zijn daar niet in opgeleid en je kunt er niet vanuit gaan dat ze dat zomaar kunnen, coachen. Sommigen doen het vanuit zichzelf ‘per ongeluk’ goed; anderen hebben daar nog veel in te leren. Dus daar hebben we hard aan gewerkt.”

Inzichtelijke leerlijnen
Naast een coachende houding van docenten, zijn inzichtelijke leerlijnen een belangrijke voorwaarde om leerlingen eigenaar te laten zijn van hun eigen leerproces. Zonder inzichtelijke leerlijnen kunnen leerlingen niet zelf hun route en hun tempo door de leerstof bepalen. Dat geldt zowel voor wat ze aan kennis moeten verwerven (het curriculum, de kerndoelen) als voor vaardigheden. Om verschillende vaardigheden in een leerlijn te kunnen plaatsen, hebben de leerlabscholen gezamenlijk rubrics ontwikkeld. Deze zijn door elke school afzonderlijk weer omgewerkt naar de specifieke schoolsituatie en -taal.

Vrijheid en structuur
In de rubrics staan per vaardigheid welke streefdoelen horen bij welk niveau (bijvoorbeeld beginner – in ontwikkeling – gevorderd – expert; of brons – zilver – goud). Zo wordt het voor leerlingen inzichtelijk welke stappen ze moeten nemen om het volgende niveau te behalen. Dit leerlab ontwikkelde rubrics voor de vaardigheden: regie nemen, leerstrategieën toepassen, reflectie (zelf- en werkreflectie) en samenwerken. Sebastiaan Blanck: “Wij hebben deze rubrics in een UniC-jasje gestoken en gepresenteerd aan onze collega’s. Ze waren enthousiast. Op deze manier kunnen we onze leerlingen veel vrijheid geven en toch gestructureerd werken; naar die balans zijn we steeds op zoek.”

Driehoeksgesprekken
Waar ook hard aan is gewerkt zijn driehoeksgesprekken tussen coach, leerling en ouder. De meeste scholen in het leerlab doen inmiddels ervaring op met deze gesprekken. Volgens Erik de Vries van OSG Sevenwolden zijn de reacties van ouders positief. “Er is meer diepgang en het gaat meer over persoonlijke ontwikkelingen van de leerling en minder om de cijfers. Alle gesprekken vinden overdag plaats. Er is weinig weerstand van ouders.” OSG Sevenwolden heeft veel gehad aan het format driehoeksgesprekken dat is ontwikkeld door het leerlab.

Eilandjes verbinden
Op de leerlabscholen zijn permanent verschillende docenten bezig het onderwijs te vernieuwen. Ingrid vertelt dat er steeds is gezocht naar de verbinding tussen het leerlab met alles dat al gebeurde binnen school. “We wilden niet met een heel nieuw, los plan aan komen zetten. We hebben daarom al die ontwikkeleilandjes geïnventariseerd en aan elkaar verbonden. We hebben er één verhaal van gemaakt.”

Vertaling
Teijl: “Ik merk dat collega’s het fijn vinden iets van ons terug te krijgen dat aansluit bij waar ze zelf al mee bezig zijn en waar ze verder mee kunnen. In plaats van het zoveelste losse initiatief. Het is daarom belangrijk dat wij als docenten in dit leerlab zitten, en niet de schoolleiding. Wij snappen welke vertaling bijvoorbeeld die rubrics nodig hebben om binnen onze school goed ingezet te kunnen worden.”

Professioneel kritisch
De zeven scholen blikken terug op een vruchtbare samenwerking. Rianne: “Het is mooi om te zien hoeveel ieder van ons geleerd heeft met dit leerlab. Hoewel alle scholen in verschillende fases zitten, hebben we gemeen dat we de leerling een prominente rol geven in ons onderwijs. We konden professioneel-kritisch alles aan elkaar vragen en alles zeggen.” De gedachte achter ‘de leerling aan het stuur’ is bij alle docenten op de scholen bekend en wordt nu verder praktisch ingevuld. De leerlabscholen zijn van plan om bij elkaar te blijven komen. Rianne: “Zo houden we elkaar scherp als het leerlab is afgelopen.”

Continue Reading

Differentiëren in een klassieke setting

De zes scholen van het leerlab Klassikale context (serie 1) zijn aan de slag gegaan met gepersonaliseerd leren in de context van klassikaal onderwijs. Ieder voor zich heeft hard gewerkt aan onderwijsvernieuwing binnen de eigen school. “Leerlingen voelen zich serieus genomen.”

Populair thema
De werkwijze van dit leerlab leverde veel praktijkvoorbeelden op over vormen van differentiëren. Bij het Cals College hebben ze bijvoorbeeld leerlingen zelf laten bepalen op welke manier ze les willen krijgen. Dat gebeurde op basis van kleuren. Ook Gymnasium Novum leverde een praktijkvoorbeeld op met hun bevindingen met betrekking tot differentiëren.  Hiermee hebben ze niet alleen het leerlab geïnspireerd, maar ook de sector.

Uitdaging
Op Het Schoter bedacht wiskundedocent Bas Koster een vorm van differentiatie om leerlingen letterlijk meer uit te dagen: “Ik daag ze uit in een Challenge: ‘Wie denkt volgende week al het proefwerk te kunnen maken en daar minimaal een 8 voor te halen?’ Wie die 8 dan ook inderdaad haalt, krijgt daarna een extra uitdagende opdracht. Met de rest neem ik samen het hoofdstuk verder door. Dit voorkomt dat ik de leerlingen die het beste zijn in wiskunde ‘kwijtraak’, omdat ze de les te langzaam en saai vinden. Zo voelen ze zich serieus genomen. Tegelijkertijd heb ik meer aandacht voor de anderen.”

Vakoverstijgende projecten
Op Het Schoter zijn ze daarnaast ook aan de slag gegaan met onderzoekend leren waarbij vakoverstijgend wordt gewerkt en leerlingen vaardigheden aanleren die ze voor het vervolgonderwijs nodig hebben. Yara van Zon, docent Nederlands en projectleider vwo onderbouw: “Leerlingen doen onderzoek, bedenken een oplossing en presenteren die in de vorm van bijvoorbeeld een onderzoeksverslag, een krant of filmpje.  Zo heeft afgelopen jaar een groepje eersteklassers bij de complexe opdracht Bedrijfsadvies de ABN AMRO geholpen bij het verbeteren van de communicatie tussen het personeel. Ze bedachten een bedrijfs-WhatsApp.”

Professionalisering
Tijdens het onderzoekend leren coacht de docent de leerlingen en voert hij/zij gesprekken met ze over hoe ze zichzelf willen verbeteren. Yara: “Om zo’n coachende rol aan te kunnen nemen, hebben we een cursus ‘Didactisch coachen’ gevolgd.” Ook de andere scholen zijn op verschillende manieren met professionalisering aan de slag gegaan.

Personeelsbeleid
Zo richt het personeelsbeleid van het Cals College zich voortaan op de professionaliseringswensen en innovatieve ideeën van docenten en teams zelf. Johannes Bosco richt zich ook op het digitaal vaardig worden van docenten met een trainings- en ontwikkeltraject. Docenten van het Willem van Oranje College kozen kunstwerken uit die aansluiten bij de visie en de identiteit van de school, met als doel dat die visie ‘blijft hangen’ bij alle medewerkers.

Overlap
De zes scholen van dit leerlab zijn slechts een beperkt aantal keren bijeen geweest. Dat kwam omdat elke school zijn eigen insteek voor onderwijsvernieuwing had gekozen, waardoor er weinig overlap was. De afvaardiging vanuit de scholen bestond bovendien deels uit schoolleiders en deels uit docenten. Die match werkte in dit leerlab niet goed. Toen is besloten dat eenieder voortaan alle tijd en energie zou steken in de eigen ontwikkelingen.

Inspiratie
Yara: “Toch leverde dit leerlab ons beslist meer op dan alleen subsidie voor ontwikkeltijd. We hebben veel informatie en inspiratie gehaald uit de resultaten van andere scholen. Deels die uit ons eigen leerlab, deels uit andere leerlabs – die verzameld zijn op de site van Leerling 2020. Met name de ervaringen met differentiëren in de les, digitaal vaardig worden en het inzetten van een digitaal portfolio waren voor ons interessant.”

Continue Reading

De drive om zelf te leren

Het beste uit leerlingen halen, dat is wat alle scholen in het leerlab Inrichten individuele leerroutes (serie 1) graag willen. Dat daarvoor ander manieren van lesgeven dan de klassikale nodig zijn, was voor deze scholen de reden om in dit leerlab te stappen.

Hoe het ook kan
De leerlabscholen hebben allemaal het streven om ‘de ambitie en de talenten van leerlingen te ontwikkelen’ en om ‘leerlingen meer keuzes en meer vrijheid te geven in het onderwijsproces’. Mathijs Schenk, docent wiskunde op CC Groevenbeek: “Het grote voordeel van meedoen aan een leerlab is dat je tijd krijgt om je samen met collega’s te ontwikkelen; en de kans krijgt om op bezoek te gaan bij andere scholen om te zien hoe het ook kan.”

Gepersonaliseerd traject
De versnellingsvraag van het leerlab was: hoe kunnen docenten individuele leerroutes inrichten zodat leerlingen een gepersonaliseerd leertraject volgen? De zes scholen kozen elk hun eigen insteek om een gepersonaliseerd leertraject voor hun leerlingen mogelijk te maken. Vier ervan maakten een korte film over hun aanpak en wat die opgeleverd heeft – voor de leerlingen en voor de docenten.

Apps voor voortgang en planning
Op het Munnikenheide houden leerlingen zelf hun voortgang bij in de digitale studiewijzer iTunesU. Ze vinken af wat ze gedaan hebben aan theorie en opdrachten. Docent Irene van Meel: “Leerlingen weten zo altijd wat ze nog moeten doen; ze kunnen zelfstandig doorwerken en worden niet geremd door de docent die nog wat uit moet leggen aan de rest van de klas. Leerlingen voelen zich hierdoor de baas over hun eigen leerproces.”

Drie vakken tegelijk op het rooster
Op het CC Groevenbeek staan tegenwoordig de vakken wiskunde, biologie en natuur-scheikunde tegelijk op het rooster,in blokken van drie uur. Leerlingen mogen zelf besluiten aan welk vak ze willen werken – en in welk lokaal ze daarvoor gaan zitten. Zo kunnen ze extra aandacht aan een vak besteden als dat nodig is of juist omdat ze een vak leuk en interessant vinden en ermee verder willen.

Open leercentrum
Bij Metameer hebben ze een open leercentrum (OLC) ingericht dat leerlingen in staat stelt om in hun eigen tempo en op hun eigen manier te werken. Ze kunnen er zelfstandig opdrachten maken en coaching krijgen van een OLC-assistent of een docent.

Onderzoekscyclus
Bij X11 bepalen leerlingen zelf wat ze willen leren en hoe. Leerling Nadine noemt dit “je mag hier zelf willen wat je doet”. Docent mens en maatschappij Marion Willemsen licht toe: “Leerlingen werken binnen de structuur van een onderzoekscyclus van vijf fasen: kiezen van een onderwerp; je verdiepen in je onderwerp; uitwerken en zichtbaar maken van wat je geleerd hebt; presentatie van je product en je nieuwe kennis; reflectie op het product, op het leerproces en de samenwerking, en op je persoon.” Zo kunnen leerlingen zelf bepalen in welke volgorde ze de onderwerpen willen leren.

Econasium
Leerlingen op het Comenius Lyceum Amsterdam volgen in de onderbouw het programma van het econasium: de doorlopende leerlijn in duurzaamheid. Met diverse projecten waarin veel keuzevrijheid voor de leerlingen is om hun eigen interesses na te jagen, verbeteren zij de competenties waaraan zij willen werken. Middels rubrics wordt de vooruitgang in beeld gebracht. Ook creatieve reflectie krijgt gestalte in het econasium.

In de bovenbouw is het econasiumvak O3 een keuzevak. In dit vak maken leerlingen hun eigen curriculum door zelf projecten te kiezen of te maken die zij interessant vinden. Zo kan elke leerling zijn eigen leerlijn vormgeven en een persoonlijk portfolio maken.

Groei en motivatie
Leerlingen vinden het over het algemeen fijn om zelfstandig te werken. Volgens Mathijs zijn leerlingen veel gemotiveerder geworden. “Doordat ze hun eigen keuzes kunnen maken, begrijpen ze ook beter waarom bepaalde opdrachten belangrijk zijn. Ze ontwikkelen echt een drive om zelf te leren.” Margo: “Ik had verwacht dat er best veel voorgekauwd zou moeten worden, maar het blijkt dat leerlingen het best aankunnen om zelfstandig te werken”.

Veranderingen bij docenten
Als leerlingen zelfstandig hun eigen route kiezen door de lesstof, verandert de rol van docenten behoorlijk. Stef Siepel, docent Engels op Metameer: “Je gooit je vertrouwde werkwijze overboord. Dat zorgt soms voor onrust, maar het creëert ook nieuwe kansen en perspectieven. We praten meer over de vraag wat goed onderwijs is. Met docenten onderling, maar ook met leerlingen: ‘Wat vind jij eigenlijk goed onderwijs? Wat past bij jou? Hoe kunnen we dat faciliteren?’”

Conclusie
Het is volgens dit leerlab heel goed mogelijk om individuele leerroutes in te richten voor leerlingen. Er is niet één beste manier om dat aan te pakken; scholen kunnen hierin hun eigen prioriteiten stellen, passend bij hun eigen situatie en onderwijsvisie. Niet altijd hoeft meteen het hele gebouw of het hele lesprogramma op de schop – maar het kan wel.

Continue Reading

Coaching als eindstation, niet het beginpunt

De zes scholen in het leerlab Docent als didactische coach (serie 1) gingen aan de slag met de invoering van coaching en zochten uit wat dat betekende voor de rol van de docent en voor de school zelf. Een heleboel, blijkt achteraf.

Aanpak
Toen de scholen aan de slag gingen in het leerlab hadden ze vergelijkbare visies op coaching. Het overkoepelende doel: leerlingen meer regie geven over hun eigen leerproces. In plaats van te zeggen wat een leerling moet doen, vraagt de docent: “Hoe ga je dit aanpakken? En wat heb je daarvoor van mij nodig?”. “Het idee is dat de leerling zijn eigen lat zo hoog kan leggen als hij zelf wilt. Alles is mogelijk. Dat werkt heel stimulerend”, vertelt Inge van Wingerden, afdelingsleider van De Internationale Vos.

Organisatie neerzetten
De weg naar de invoering van coaching was echter voor iedere school anders. Het leerlab kwam erachter dat als je coaching goed wilt inrichten je eerst aan allerlei randvoorwaarden moet voldoen. Voor elke school was het een uitdaging om de organisatie goed neer te zetten. “Coaching is belangrijk. Maar je moet eerst weten waarop je gaat coachen. Wij kwamen erachter dat we nog geen duidelijke leerdoelen hadden. Dus nu zijn we zelf materiaal aan het maken: leerlijnen met doelen. Deze heb je nodig, want anders valt er niets te coachen”, zegt Inge.

Rooster
Een plek in het rooster blijkt ook een randvoorwaarde voor docenten om met coaching aan de slag te kunnen gaan. Als de coaching niet structureel in het rooster wordt gezet, gebeurt het volgens de scholen niet. Op alle scholen in dit leerlab worden met leerlingen inmiddels persoonlijke coachgesprekken gevoerd: in de onderbouw en soms ook in de bovenbouw. De frequentie loopt uiteen van een kwartier per week tot eens per drie weken. Bij het Kennemer College ziet het rooster er bijvoorbeeld zo uit: vanaf 8:15 uur zijn er coachgesprekken, om 8:45 uur is er een (vrijwillige) dagstart voor docenten en vanaf 09:00 uur begint de dagstart voor de groepen leerlingen. De dagafsluiting is rond 14:00/15:00 uur.

Ouders en leerlingen
Over de hele linie tonen leerlingen en ouders zich op deze scholen enthousiast over didactische coaching. “Leerlingen vinden dat ze goede feedback krijgen. Je ziet ze onder je ogen veranderen”, zegt coach Martine Burema van DaCapoCollege. “Dat werkt ook door in hun vervolgopleiding”, vertelt teamleider Duco Homoet van Lumion. “Onze eerste lichting leerlingen zit nu op het mbo en daar zie je dat ze beter dan hun klasgenoten weten hoe zij de studie moeten aanpakken.”

Hulpmiddel
Hoewel de invulling dus per school verschilt, heeft dit leerlab wel samen hulpmiddelen voor het coachen ontwikkeld. Voor het individuele coachgesprek tussen docent en leerling is er een handige waaier gemaakt om het gesprek vorm te geven en een bijbehorende rubric om het handelen van de docent in kaart te brengen. Een hulpmiddel voor het coachen tijdens de les is de evaluatiewijzer. Met dit instrument kan een docent zijn eigen coachingsvaardigheden in de les evalueren of inzetten om feedback over de les van een collega-docent te krijgen. Docent Linda Spierings-Vega van Heliomare: “De evaluatiewijzer was voor ons als school echt een missing part. Nu we dit instrument hebben, vult dat echt een gat op. Het instrument kan ik gelijk praktisch inzetten.”

Scholing
De scholing van docenten was ook een aandachtspunt in dit leerlab. Behalve het train-de-trainer-model – waar veel scholen enthousiast over zijn – heeft Heliomare goede ervaringen met het werken in duo’s: mentortweetallen die elkaar tijdens het ontwikkelen helemaal hebben gevonden en elkaar stimuleren. Zowel Da Vinci College als Heliomare ervaren dat het beter is dat docenten de basisbeginselen van coaching al voor de start meekrijgen: “De groep die bij ons puur vanuit gezond verstand met didactische coaching moest starten, had veel vraagtekens en onzekerheid”, zegt docent Afke Brinksma van Da Vinci College.

Omschakeling
Omdat het onderwerp coaching zo nadrukkelijk samenhangt met de professionalisering van de docent kwam er vanaf dag een veel bij de omschakeling kijken. Teamleider Maarten Post van Kennemer College: “Sommige collega’s zijn weggegaan naar andere scholen binnen ons bestuur. Wanneer het niet bij je past, is het ook goed om de stap te nemen weg te gaan. Wij zitten nu op het punt dat we de ‘waarom’-vraag moeten herhalen: waarom doen we dit eigenlijk ook al weer? Dit ook om een goed gesprek te kunnen hebben met collega’s.”

Overtuigen
In deze periode was het voor de deelnemers aan het leerlab fijn om ervaringen uit te wisselen met scholen die hetzelfde meemaken. Martine: “Ik heb geleerd om op te komen voor mijn eigen ideeën en wensen. Zodat we echt iets moois gaan doen met gepersonaliseerd leren en coaching op school. Mijn collega’s overtuigen blijft een uitdaging.”

Conclusie
Omdat het invoeren van coaching geen individuele keuze is – de hele school gaat om – kun je als school ook meer weerstand vanuit docenten verwachten. Dit vraagt om een weloverwogen veranderaanpak vanuit de school waarbij coaching het eindstation is en niet het beginpunt. Maar wanneer je eenmaal met coaching bezig bent, kan het veel opleveren. Gülcan Dindar, docent op Lumion: “Door coachgesprekken krijgen leerlingen meer verantwoordelijkheid. De leerling heeft meer inzicht in zijn/haar leerproces en voelt zich hier ook eigenaar van. Ook verbetert het contact met leerlingen door coachgesprekken enorm.”

Continue Reading

De vrijblijvendheid voorbij 

Het leerlab Digitale didactiek (serie 1) heeft tal van praktijkvoorbeelden opgeleverd over het inzetten van ict op school. Welke veranderingen hebben de scholen in dit leerlab doorgemaakt en welke conclusies kunnen ze trekken? “Een handjevol enthousiastelingen is niet meer goed genoeg. We willen iedereen meenemen.”

Kickstarters
Het leerlab ging de afgelopen twee jaar op zoek naar het antwoord op de vraag hoe ict activerende en motiverende didactiek kan stimuleren. De professionalisering van docenten was daarbij een belangrijke stap. “De populariteit van de kickstarters die wij hebben opgeleverd (korte instructies voor digitale tools, red.), geeft aan dat er veel vraag naar professionalisering onder docenten is”, legt docent Erik Kral van Gymnasium Apeldoorn uit.

Meerwaarde
Veel docenten beginnen in eerste instantie met het inzetten van een digitale tool. De volgende stap ligt volgens docent Tosca Schröder van het Hermann Wesselink College een niveau hoger. “Hoe ga ik er in mijn vak invulling aan geven zodat het echt meerwaarde heeft? Het maatwerk dus. En dat is een lastigere stap om te maken.” Wytze Tesselaar, schoolleider Tabor d’Ampte, beaamt dat: “Je hebt namelijk kennis van het curriculum en kennis van ict nodig en daar wil je vertrouwd mee zijn om keuzes te durven maken.”

Activerende didactiek
Met onder andere video’s over het T-PACK-model, voorbeelden van gamification en diverse lesvoorbeelden heeft het leerlab mooie resultaten opgeleverd over hoe je de stap naar activerende en motiverende didactiek kunt maken. “Die kan je goed gebruiken om de eerste kleine succeservaring bij je docenten te creëren”, legt Eelco van der Kruk van het Arentheem College uit.

Niet te vrijblijvend
Om alle collega-docenten op de scholen mee te krijgen kun je volgens het leerlab het niet te vrijblijvend blijven aanbieden. “Een handjevol enthousiastelingen is niet meer goed genoeg. Wij zijn teruggegaan naar de basis. We willen iedereen meenemen”, beaamt docent Artemi Okkerse van Mavo aan Zee. Docent Debbie Francke van Pontes Pieter Zeeman adviseert ook dat de kloof tussen de voorlopers en de rest van de docenten niet te groot mag worden. “Het is erg frustrerend voor de kartrekkers als er geen gehoor is. Je inzetten voor de organisatie is dan een stuk minder aantrekkelijk.”

Sturing en urgentie
Bij Gymnasium Apeldoorn en Mavo aan Zee gaan ze daarom nu in de breedte kijken naar de vaardigheden van de docenten op school. Bijvoorbeeld met het inrichten van een minimum standaard voor docenten. Tosca vult aan: “Die sturing van bovenaf is belangrijk. Het Hermann Wesselink College heeft besloten om helemaal over te gaan op laptops over een aantal jaar. Dus iedereen weet: ‘straks moet ik’. Nu is de urgentie er. Voor een deel kunnen docenten er dus ook niet meer omheen.” Het leerlab adviseert andere scholen een heldere visie op onderwijs te ontwikkelen en het personeelsbeleid daarop aan te passen.

Effect op leerlingen
Een conclusie die het leerlab ook trekt is dat het gebruik van digitale middelen voor leerlingen activerend en motiverend kan werken. Dat blijkt onder andere uit panelgesprekken met leerlingen en ouders van Gymnasium Apeldoorn. Tabor d’Ampte heeft er onderzoek naar gedaan. “De leerlingen die les kregen van docenten die meer experimenteren met ict binnen het leerlab waren meer gemotiveerd, waren nieuwsgieriger en meer zelfsturend dan de leerlingen van de meer traditionele docenten. Het is niet per se de ict, maar de differentiatie die het verschil maakt. Dus wat de docent er zelf mee doet en hoe hij/zij het inzet binnen de les. En wat leerlingen echt actief maakt, is als ze zelf mogen kiezen welke kant ze op willen”, legt Wytze uit.

Wirwar van applicaties
Ook benoemt het leerlab factoren die de digitalisering op scholen remmen. Bijvoorbeeld dat elke school afzonderlijk afspraken met marktpartijen over de aanschaf van devices moet maken. Daarin zou het leerlab meer sturing van de overheid willen zien. Ook maken de scholen zich zorgen om de digitale leermiddelen van de uitgeverijen. De kwaliteit van de leermiddelen is wel iets vooruitgegaan, maar de ontsluiting ervan blijft misgaan. Een ander aandachtspunt is de wirwar van applicaties. Er is enorme behoefte aan integratie van systemen. Het liefst met één wachtwoord waarmee je overal in kan. Artemi: “Dat complexe applicatielandschap is ontzettend demotiverend voor docenten.”

Bereidheid om te falen
De deelname aan Leerling 2020 heeft voor sommige leerlabscholen voor versnelling gezorgd. “Het leerlab sloot aan bij wat ik wilde. Ik wilde een laptopklas. Dankzij Leerling 2020 is dat proces versneld. Nu hebben we acht laptopklassen bij het Hermann Wesselink College”, vertelt Tosca. Bij Gymnasium Apeldoorn is blended learning (laptop en boek) dé standaard geworden en ze merken dat de mentaliteit ook is veranderd. Er is een bereidheid om te experimenteren en te falen.

Focus
Bij andere scholen kwam in het proces naar voren dat de focus ontbrak. “Wij doen juist een stapje terug. We gaan opnieuw nadenken over ict-beleid. Terug naar de visie. We zijn gedigitaliseerd. We hebben de apparaten, maar wat gaan we er nu mee doen?”, vertelt Artemi van Mavo aan Zee.

Ervaren
Tabor d’Ampte heeft er in het leerlabtraject voor gekozen om elke docent op school ondersteuning te geven van een coach van buitenaf. Wytze: “Het ontwikkelplan werd daardoor echt een plan van de docent zelf. Docenten hebben zelf stappen gezet. Hoe groot of klein ook. De coach was voor ons de grootste meerwaarde.” Ook het Arentheem heeft grote meerwaarde ervaren van de inzet van een externe coach. Eelco: “Die neemt kennis mee van buiten en ziet dingen die wij niet meer zien. Wij hebben daarom besloten om door te gaan met onze coach, ook na het leerlabtraject.”

Eigen proces
Aan scholen die met gepersonaliseerd leren en digitale didactiek willen starten wil Wytze meegeven: “Er is al heel veel informatie beschikbaar. Alles ligt er. Maar elke school moet zijn eigen proces doorlopen en het ervaren. Van onderuitgaan, word je ook flexibel.”

Continue Reading

Denken in leerdoelen

Zes scholen hebben zich in het leerlab Curriculumbewustzijn (serie 1) samen, maar op eigen wijze beziggehouden met de vraag: Hoe kan het curriculumbewustzijn van docenten ontwikkeld worden? En met succes: “Het gaat weer over onderwijs in de personeelskamer”

Essentieel
Iedere school had zo zijn eigen motivatie om in dit leerlab te stappen. Zo is Stad & Esch bijvoorbeeld bezig met een traject om leerlingen meer eigenaar te laten worden van hun leerproces. Hiervoor hebben ze in verschillende pilots een flexibel rooster  toegepast. Curriculumbewustzijn bij docenten is daarbij een voorwaarde. Op het Herbert Vissers College is curriculumbewustzijn essentieel in hun onderwijs vanwege de invoering van teamteaching. En in het praktijkonderwijs op Het Erasmus is het nodig dat docenten de leerlijnen en leerdoelen goed kennen omdat zij hun eigen lesmateriaal ontwikkelen en leerlingen coachen in het gebruik ervan.

Toename curriculumbewustzijn
De scholen merken dat het curriculumbewustzijn van docenten inmiddels is toegenomen. “Ik hoor het in gesprekken die docenten voeren dat ze curriculumbewuster zijn geworden”, beaamt docent Hanneke Pen van Stad & Esch. “Dat herken ik. Het gaat weer over onderwijs in onze personeelskamer!”, vertelt docent Anna Klerk-Rebel van het Herbert Vissers College. “Vooral nieuwe docenten vinden het fijn dat ze houvast hebben aan een duidelijk curriculum,” zegt docent Gerben de Groot van het Ichthus College.

Curricula, eindtermen en leerdoelen
“Docenten denken niet meer in methodes, hoofdstukken en paragrafen, maar in curricula, eindtermen en leerdoelen”, vertelt schoolleider Lieneke Koenes van het Ashram College. Op het Ashram College zijn de doorlopende leerlijnen van 1 mavo tot 6 vwo inmiddels door een aantal secties in kaart gebracht. “Daardoor kunnen we goed zien waar het ene vak aansluit bij het ander vak. Zo voorkom je dubbelingen en gaan leerlingen verbanden zien”, vult docent Boris Berlijn van het Ashram College aan.

Functie van het leerlab
Hoe heeft het leerlab bij al deze ontwikkelingen geholpen? Henri Pragt, projectleider Technasium op het Hondsrugcollege. “Op school heb ik een solistische rol. Daarom had ik veel aan de kritische vragen die leerlabcollega’s aan me stelden. Het dwong mij om goed te formuleren, want de anderen kenden mijn situatie niet. Je moet scherp zijn als je tussen allemaal vernieuwers zit. Dat levert een hoop op.”

Stok achter de deur
Gerben was onder de indruk van al het huiswerk dat hij telkens meekreeg. “Het leerlab was een stok achter de deur. Toen we een innovatieplan moesten schrijven had ik geen idee hoe ik dat moest aanpakken. Maar het dwong ons om na te denken over onze visie en te formuleren waar we naartoe werkten. Dat is heel handig als je iets concreet wil maken.”

Terugvallen op een coach
Ook vonden de scholen het prettig dat het leerlab tijd faciliteerde, dat ze konden terugvallen op een coach en dat ze zelf thema’s konden aandragen voor professionalisering. Marleen Rikkerink, Hoofd ICT en onderwijsontwikkeling van Het Erasmus: “Er werden experts uitgenodigd waardoor onderwerpen als veranderkunde en formatief evalueren aan bod kwamen. En door het budget dat we ter beschikking kregen, konden we docenten vrij roosteren om met deze ontwikkeling aan de slag te gaan.”

Toepassen in de praktijk
Hoe zorgen de scholen ervoor dat de ontwikkelingen doorgaan als het leerlab stopt? “Het is best moeilijk om de innovatiestroom op gang te houden”, vertelt docent Evert-Jan Oppelaar van het Herbert Vissers College. “Daarvoor moet je soms letterlijk mensen vrij roosteren.” Marleen: “Bij mij op school zijn docenten in het praktijkonderwijs getraind in het coachen van werknemersvaardigheden bij leerlingen. Maar het borgen en verduurzamen heeft nog aandacht nodig, want nog niet alle docenten passen in de praktijk toe wat ze geleerd hebben.”

Werkgroep
Henri is op het Hondsrugcollege bezig met een nieuwe, cijferloze manier van beoordelen. “Eind dit jaar moet het model klaar zijn, maar we willen deze beoordelingsmethode breder implementeren. Daarom is er een bredere werkgroep opgericht die nadenkt over hoe andere vakken dit kunnen oppakken.” Ook het Ichthus College geeft vervolg aan de leerlabperiode. Gerben: “Wij starten gewoon zelf een leerlab op onze school!”

Leerschool
Wat hebben de scholen van dit traject geleerd? “Als ik het zou mogen overdoen zou ik dit traject met een groep enthousiaste docenten op school starten. Nu hebben we te veel aan het team opgelegd”, antwoordt Lieneke. Hanneke heeft ervaren dat het handig is als er een leidinggevende bij het traject betrokken is. “Als docent kon ik niks afdwingen. De roostermaker gaf bijvoorbeeld aan geen tijd te hebben. Dan is het handig als het management daarop inspringt.”

Organisch of gestructureerd
Anna: “Ik heb geleerd dat vanuit flow werken beter is dan werken vanuit ‘kramp’. En je kunt wel allerlei doelen formuleren, maar soms werkt de ontwikkeling van iets nieuws veel organischer.” Voor het Ashram College was dat weer anders. Boris: “Wij zijn niet zo goed in strakke processen en zijn dit traject zo’n beetje ingerold. Voor ons was het dus juist goed om te formuleren wat we over één jaar en over twee jaar bereikt wilden hebben.”

Leerlabtour
De deelnemers van het leerlab Curriculumbewustzijn gingen ook op tour. Bekijk het filmpje van de tour en ontdek wat de scholen van elkaar hebben geleerd.

Continue Reading

De zoektocht naar hoogwaardige content

De scholen in het leerlab Arrangeren van digitale content (serie 1) zijn ieder op hun eigen manier aan de slag gegaan met arrangeren. Ze hebben elkaar gevonden in het opleveren van een starterskit arrangeren. Ook hebben ze veel van elkaars praktijkervaringen geleerd.

Uitgangspositie
De versnellingsvraag van dit leerlab was: Wat komt er kijken bij het arrangeren van digitale content en hoe kunnen docenten dit toepassen? Voor ze hier gezamenlijk mee aan de slag konden, is er in het begin veel tijd gestoken in het leren kennen van elkaars manier van werken.

Kijkje in de keuken
Er ontstond een hechte samenwerking binnen de groep, waarin ieders eigenheid gerespecteerd werd, en waarin veel van elkaars aanpak en ‘best practices’ geleerd is. Gert-Jan Pruim, leerlabcoach van het Van Lodenstein College: “Tijdens gezamenlijke werkbezoeken konden we even in de keuken kijken van andere vooruitstrevende scholen. Dat leverde veel inspiratie op. Zonder leerlab zouden we dat nooit zo op uitgebreide schaal gedaan hebben.”

Waarom arrangeren?
Arrangeren wil zeggen dat ‘een docent eigen materiaal en andere bestaande bronnen samenvoegt tot rijke, hoogwaardige content, die beter past bij de visie van een docent dan één enkele lesmethode van een educatieve uitgever’. Gert-Jan: “Een docent kan bovendien met verschillende arrangementen over dezelfde lesstof differentiëren in niveaus en daarmee aansluiten bij verschillen tussen leerlingen. Zo wordt de lesstof Duits in 2 vwo op drie niveaus aangeboden: een voor de middengroep, een voor leerlingen die extra zorg en extra oefening nodig hebben en een voor leerlingen die meer in hun mars hebben. Zij krijgen extra opdrachten met meer uitdaging.”

Differentiëren op interesse
Op het Christelijk Lyceum Zeist wordt met behulp van arrangementen niet alleen gedifferentieerd op niveau, maar ook op interesse. Leerlabcoördinator Tessa Heesbeen vertelt: “Voor geschiedenis maken we grote opdrachten, bijvoorbeeld over het leven in het Romeinse Rijk. Leerlingen kunnen dan een perspectief kiezen van waaruit ze onderzoek gaan doen, zoals het perspectief van een vrouw, een slaaf of een soldaat. De gevonden resultaten presenteren ze in de vorm van bijvoorbeeld een dagboek, poster of filmpje.”

Keuzevrijheid
Cérise Sangers, docent Engels op het Sint Janscollege, ontwikkelde voor haar leerlingen een leesproject in wikiwijs. Leerlingen kunnen op basis van een zelfgekozen songtekst, een schrijfopdracht of door het maken van een videoclip laten zien dat ze de tekst begrijpen. “Ik kan ze zo keuzevrijheid in gebondenheid bieden.” Het Sint-Janscollege heeft tevens een checklist voor digitaal leermateriaal ontwikkeld. Aan de hand van ‘must haves’, ‘should haves’, ‘could haves’ en ‘won’t haves’ kan leermateriaal worden ingedeeld.

Geleerde lessen
Volgens het leerlab komt er nogal wat kijken bij het succesvol arrangeren en inzetten van digitaal leermateriaal. Welk device kies je bijvoorbeeld? En past dat wel bij de elektronische leeromgeving die je wil gebruiken? Dit was een les van Van Lodenstein College. Het Sint-Janscollege merkte dat hun snelle wifi-netwerk niet meer voldeed als 1400 leerlingen tegelijk inloggen met hun mobiele telefoon of iPad. Er kwam alsnog een heel nieuw netwerk.

Ontwikkeltijd
Daarnaast is het organiseren van ontwikkeltijd belangrijk. “Want, niet alleen het ontwikkelen van arrangementen, maar ook het nakijken van opdrachten op verschillende niveaus kost tijd”, legt Tessa uit. Op het Christelijk Lyceum Zeist werden daarom alle leerlabdocenten een aantal keren tegelijk uitgeroosterd om samen te kunnen ontwikkelen. “Dat werkt beter dan losse uurtjes. Dat bootcamp-idee hadden we gezien bij leerlabschool DENISE”, vertelt Tessa. Op het Niftarlake College hebben ze een docentenlab ingericht. “Deze ruimte is echt bestemd om samen te werken aan onderwijsontwikkeling, niet om toetsen na te kijken of te lunchen. Er kan nu effectiever worden overlegd, samengewerkt en uitgewisseld dan hiervoor”, vertelt docent Jennifer de Laet.

Verbreding
Voor de nodige onderwijsvernieuwing is het volgens de leerlabscholen belangrijk om collega-docenten mee te krijgen. Het Christelijk Lyceum Zeist streeft daarom naar minimaal twee docenten per vaksectie die ervaring opbouwen met arrangeren. Henk Maas van Isendoorn vertelt dat de schoolleiding veel ruimte bood aan docenten om aan de slag te gaan met arrangeren. “Prettig, maar de wat onervaren docenten hadden toch behoefte aan een uitgezette lijn.” Bestuurder Dick van Meeuwen van het Van Lodenstein College gelooft in het delen van goede voorbeelden van collega’s in plaats van het inhuren van experts van buiten.

Professionalisering
Ook heeft het leerlab gekeken naar extra scholing van docenten. Zelf digitaal lesmateriaal arrangeren en in de eigen lessen gebruiken, vraagt namelijk om een bepaald niveau van ict-vaardigheden. Het Christelijk Lyceum Zeist heeft daarvoor een checklist opgesteld. Om de ict-bekwaamheid bij docenten te bevorderen heeft het Van Lodenstein College een vouchertraject ingericht.

Aandeel ict
De leerlabscholen hebben ervaringen uitgewisseld over het aandeel ict in de les. Gert-Jan: “Lessen worden interactiever en attractiever van het toepassen van ict. Maar we hebben ervaren dat hele lessen met ict net zo min werkt als totaal zonder. Een mengvorm, blended learning, werkt het beste. Op het Van Lodestein College streven we naar ongeveer dertig procent ict gebruik per les.”

Starterskit
Na twee jaar intensief samenwerken, uitwisselen en elkaar helpen in dit leerlab, zijn de scholen goed op weg met arrangeren. “Het doel is bereikt. Iedereen kan verder en als we elkaar nodig hebben, zijn de lijnen om contact op te nemen kort”, zegt Jennifer. De resultaten en geleerde lessen zijn gebundeld in een ‘starterskit waarmee ook andere scholen die willen beginnen met arrangeren, hun voordeel kunnen doen.

Continue Reading

Eén visie, één taal

Het leerlab 21e-eeuwse vaardigheden (serie 1) heeft ontwikkellijnen, rubrics, lesvoorbeelden en een digitaal systeem opgeleverd waarmee scholen vaardigheden kunnen opnemen in hun curriculum. Wat hebben de leerlabscholen zelf geleerd en hoe gaan zij verder? “Je hebt pas een leerlijn vaardigheden als alle mensen die ermee werken, hetzelfde doen en dezelfde taal spreken.”

Basis-ontwikkellijn
In ruim twee jaar tijd hebben de zes leerlabscholen met hulp van coaches en externe partners als SLO onder meer bereikt dat er voor elke 21e-eeuwse vaardigheid een basis-ontwikkellijn is geformuleerd, dat er voor diverse vaardigheden rubrics zijn gebouwd (op papier en digitaal) en dat er voorbeeldlessen liggen waar andere scholen hun voordeel mee kunnen doen.

Op de kaart
Het leerlab heeft de 21e-eeuwse vaardigheden op de kaart gezet, vindt teamleider Tilly Ubaghs van Revius Wijk terugkijkend. “Wij hebben allemaal binnen onze eigen scholen aan 21e-eeuwse vaardigheden gewerkt en de producten en uitkomsten met elkaar gedeeld. Als je het allemaal bij elkaar optelt, is het heel wat. Ik denk dat dit leerlab er echt aan heeft bijgedragen dat vaardighedenonderwijs niet meer is weg te denken uit Nederlandse scholen.”

Vliegwiel
Deelnemers zijn enthousiast over de ontwikkelruimte en de faciliteiten die het leerlab met zich meebracht. “Je kunt mensen vrijmaken, je hebt de beschikking over een coach… Dat is het vliegwiel waardoor ontwikkeling mogelijk wordt”, zegt conrector Bert Schuller van het Arte College.

Onderdeel van beleid
Als belangrijke voorwaarde om 21e-eeuwse vaardigheden echt van de grond te krijgen, noemen diverse scholen dat de ontwikkeling wordt vastgelegd in het schoolbeleid. Bert: “Op het Arte College hebben wij een kunst- en cultuurprofiel en daar horen sinds jaar en dag de Arte-vaardigheden bij. Die vormden de legitimatie waardoor het ontwikkelen van vaardighedenrubrics werd gezien als een belangrijk project en niet als ‘een idee van een klein groepje’.” Om vergelijkbare redenen krijgen 21e-eeuwse vaardigheden op Revius Wijk een belangrijke plek in het nieuw te ontwikkelen schoolplan.

Eén visie
In alle gevallen is het ontwikkelen van een duidelijke visie op vaardigheden een belangrijke eerste stap, beklemtoont teamleider Bas Smies van het Bataafs Lyceum. Zijn school ontwikkelde op basis van het bestaande digitale platform Comprendo, een eigen variant (Comprendo BL) die de vaardighedenontwikkeling van leerlingen inzichtelijk maakt.

Eén taal
Hoe enthousiast hij er ook over is, ook Comprendo BL is niet zaligmakend, vindt Bas: “Je hebt pas een leerlijn vaardigheden als alle mensen die ermee werken, hetzelfde doen en dezelfde taal spreken. Je moet het er heel vaak met elkaar over hebben. Mijn advies is om daar echt de tijd voor te nemen. Dat is best lastig: een gesprek over vaardigheden wordt al snel te vaag of juist te productgericht. Maar als je niet goed weet wat je eronder verstaat en wat je ermee wilt, heeft het ook geen zin om een meetinstrument te maken.”

Gewoon doen
In de ervaring van het Arte College is het juist belangrijk om niet te lang te blijven praten. Bert: “Als je vaart wilt houden in de ontwikkeling, organiseer dan vooral werkbijeenkomsten, geen discussiebijeenkomsten. Als je maar blijft discussiëren, kom je niet tot uitvoering. Je komt verder door maar gewoon te gaan doen. Dat geeft ook meer voldoening, zeker als mensen op het moment van bijeenkomen al een lange werkdag achter de rug hebben.”

Onderwijsontwikkelgroep
Op diverse leerlabscholen speelde een onderwijsontwikkelgroep een centrale rol in de vaardighedenontwikkeling. Tilly van Revius Wijk: “Bij ons heeft deze groep nu lijntjes naar mensen in alle teams en vervult zij als het om ontwikkeling gaat echt een voorbeeldfunctie in de school. Ik kan het iedereen adviseren: verzamel enthousiaste mensen om je heen en geef ze de vrije hand om te experimenteren. Maar neem daarbij wel de andere collega’s goed mee. Je bent snel geneigd om met de voorlopers door te rennen en de achterhoede uit het oog te verliezen.”

Katalysator
Op Revius Wijk leidde het werken aan 21e eeuwse vaardigheden ook tot een andere ontwikkeling. De school realiseerde zich dat docenten die leerlingen in hun vaardighedenontwikkeling willen ondersteunen, goed moeten kunnen coachen. Er kwam een traject didactische coaching voor docenten, gevolgd door een traject leidinggevend coachen voor de schoolleiding en een train-the-trainer-traject, zodat docenten voortaan in eigen huis tot coach kunnen worden opgeleid. Tilly: “Zonder het leerlab was dit allemaal niet gebeurd.” Het leerlab 21e eeuwse vaardigheden heeft samen een Hoofd, Hart en Handen-lijst samengesteld met daarop de kwaliteiten van een docent om 21e eeuwse vaardigheden te kunnen integreren in de les.

Tevreden
De meeste scholen kijken heel tevreden terug op wat het leerlab voor hun school heeft opgeleverd. Het eind van het leerlab betekent allerminst het eind van hun vaardighedenontwikkeling. Zo hoopt Revius Wijk over vier jaar een monitoringsysteem voor vaardigheden ingevoerd te hebben, gaat het Arte College op zoek naar een digitale oplossing voor de inzet van de rubrics bij gepersonaliseerd leren en werkt het Bataafs Lyceum verder aan Comprendo BL, dat binnenkort behalve in het eerste leerjaar van de masterclass-stroom ook wordt ingevoerd bij Havisten Competent.

Continue Reading