Docent als didactische coach

Coaching als eindstation, niet het beginpunt

De zes scholen in het leerlab Docent als didactische coach (serie 1) gingen aan de slag met de invoering van coaching en zochten uit wat dat betekende voor de rol van de docent en voor de school zelf. Een heleboel, blijkt achteraf.

Aanpak
Toen de scholen aan de slag gingen in het leerlab hadden ze vergelijkbare visies op coaching. Het overkoepelende doel: leerlingen meer regie geven over hun eigen leerproces. In plaats van te zeggen wat een leerling moet doen, vraagt de docent: “Hoe ga je dit aanpakken? En wat heb je daarvoor van mij nodig?”. “Het idee is dat de leerling zijn eigen lat zo hoog kan leggen als hij zelf wilt. Alles is mogelijk. Dat werkt heel stimulerend”, vertelt Inge van Wingerden, afdelingsleider van De Internationale Vos.

Organisatie neerzetten
De weg naar de invoering van coaching was echter voor iedere school anders. Het leerlab kwam erachter dat als je coaching goed wilt inrichten je eerst aan allerlei randvoorwaarden moet voldoen. Voor elke school was het een uitdaging om de organisatie goed neer te zetten. “Coaching is belangrijk. Maar je moet eerst weten waarop je gaat coachen. Wij kwamen erachter dat we nog geen duidelijke leerdoelen hadden. Dus nu zijn we zelf materiaal aan het maken: leerlijnen met doelen. Deze heb je nodig, want anders valt er niets te coachen”, zegt Inge.

Rooster
Een plek in het rooster blijkt ook een randvoorwaarde voor docenten om met coaching aan de slag te kunnen gaan. Als de coaching niet structureel in het rooster wordt gezet, gebeurt het volgens de scholen niet. Op alle scholen in dit leerlab worden met leerlingen inmiddels persoonlijke coachgesprekken gevoerd: in de onderbouw en soms ook in de bovenbouw. De frequentie loopt uiteen van een kwartier per week tot eens per drie weken. Bij het Kennemer College ziet het rooster er bijvoorbeeld zo uit: vanaf 8:15 uur zijn er coachgesprekken, om 8:45 uur is er een (vrijwillige) dagstart voor docenten en vanaf 09:00 uur begint de dagstart voor de groepen leerlingen. De dagafsluiting is rond 14:00/15:00 uur.

Ouders en leerlingen
Over de hele linie tonen leerlingen en ouders zich op deze scholen enthousiast over didactische coaching. “Leerlingen vinden dat ze goede feedback krijgen. Je ziet ze onder je ogen veranderen”, zegt coach Martine Burema van DaCapoCollege. “Dat werkt ook door in hun vervolgopleiding”, vertelt teamleider Duco Homoet van Lumion. “Onze eerste lichting leerlingen zit nu op het mbo en daar zie je dat ze beter dan hun klasgenoten weten hoe zij de studie moeten aanpakken.”

Hulpmiddel
Hoewel de invulling dus per school verschilt, heeft dit leerlab wel samen hulpmiddelen voor het coachen ontwikkeld. Voor het individuele coachgesprek tussen docent en leerling is er een handige waaier gemaakt om het gesprek vorm te geven en een bijbehorende rubric om het handelen van de docent in kaart te brengen. Een hulpmiddel voor het coachen tijdens de les is de evaluatiewijzer. Met dit instrument kan een docent zijn eigen coachingsvaardigheden in de les evalueren of inzetten om feedback over de les van een collega-docent te krijgen. Docent Linda Spierings-Vega van Heliomare: “De evaluatiewijzer was voor ons als school echt een missing part. Nu we dit instrument hebben, vult dat echt een gat op. Het instrument kan ik gelijk praktisch inzetten.”

Scholing
De scholing van docenten was ook een aandachtspunt in dit leerlab. Behalve het train-de-trainer-model – waar veel scholen enthousiast over zijn – heeft Heliomare goede ervaringen met het werken in duo’s: mentortweetallen die elkaar tijdens het ontwikkelen helemaal hebben gevonden en elkaar stimuleren. Zowel Da Vinci College als Heliomare ervaren dat het beter is dat docenten de basisbeginselen van coaching al voor de start meekrijgen: “De groep die bij ons puur vanuit gezond verstand met didactische coaching moest starten, had veel vraagtekens en onzekerheid”, zegt docent Afke Brinksma van Da Vinci College.

Omschakeling
Omdat het onderwerp coaching zo nadrukkelijk samenhangt met de professionalisering van de docent kwam er vanaf dag een veel bij de omschakeling kijken. Teamleider Maarten Post van Kennemer College: “Sommige collega’s zijn weggegaan naar andere scholen binnen ons bestuur. Wanneer het niet bij je past, is het ook goed om de stap te nemen weg te gaan. Wij zitten nu op het punt dat we de ‘waarom’-vraag moeten herhalen: waarom doen we dit eigenlijk ook al weer? Dit ook om een goed gesprek te kunnen hebben met collega’s.”

Overtuigen
In deze periode was het voor de deelnemers aan het leerlab fijn om ervaringen uit te wisselen met scholen die hetzelfde meemaken. Martine: “Ik heb geleerd om op te komen voor mijn eigen ideeën en wensen. Zodat we echt iets moois gaan doen met gepersonaliseerd leren en coaching op school. Mijn collega’s overtuigen blijft een uitdaging.”

Conclusie
Omdat het invoeren van coaching geen individuele keuze is – de hele school gaat om – kun je als school ook meer weerstand vanuit docenten verwachten. Dit vraagt om een weloverwogen veranderaanpak vanuit de school waarbij coaching het eindstation is en niet het beginpunt. Maar wanneer je eenmaal met coaching bezig bent, kan het veel opleveren. Gülcan Dindar, docent op Lumion: “Door coachgesprekken krijgen leerlingen meer verantwoordelijkheid. De leerling heeft meer inzicht in zijn/haar leerproces en voelt zich hier ook eigenaar van. Ook verbetert het contact met leerlingen door coachgesprekken enorm.”

Praktijkvoorbeelden vanuit het leerlab

Deelnemende scholen

DaCapo College

Sittard
vmbo-t
721 leerlingen

Praktijkvoorbeelden

Da Vinci College – Kagerstraat

Leiden
vmbo-(g)t | havo | vwo
1069 leerlingen

Praktijkvoorbeelden

De Internationale Vos

Vlaardingen
vmbo-(g)t
169 leerlingen

Praktijkvoorbeelden

Heliomare College

Wijk aan Zee
vso
316 leerlingen

Praktijkvoorbeelden

Kennemer College

Heemskerk
vmbo-(g)t
898 leerlingen

Praktijkvoorbeelden

Lumion

Amsterdam
vmbo-t | havo | vwo
405 leerlingen

Praktijkvoorbeelden

Vragen over het leerlab?

Neem contact op met Milan van Manen, milanvanmanen@schoolinfo.nl