LOOT – Veranderende rol van de docent en leerling

Flexibel leren op afstand

Het leerlab LOOT heeft tal van interessante praktijkvoorbeelden opgeleverd over tijd- en plaatsonafhankelijk leren. “Als een topsportleerling het kerncurriculum in minder uren kan volgen en zijn/haar punten kan halen, dan kunnen andere leerlingen dit ook.”

Het leerlab LOOT is twee jaar geleden gestart met leerlabtrekkers afkomstig van veertien verschillende LOOT-scholen uit het hele land. De scholen hebben allemaal topsportleerlingen, die veel afwezig zijn vanwege trainingen en wedstrijden. Wel zijn de verschillen tussen de deelnemende scholen groot: van volledig LOOT-school tot

enkele topsportleerlingen per klas. Doordat het tijd- en plaatsonafhankelijk leren op LOOT-scholen al ver is doorgevoerd, zijn deze scholen ook een bron van inspiratie voor andere scholen.

Twee hoofdthema’s
Om de diepte in te kunnen gaan werd het leerlab in tweeën gesplitst. Zeven scholen zijn het onderwerp ‘digitale content’ gaan onderzoeken en de andere scholen het thema ‘de veranderende rol van de docent en leerling’. Omdat de thema’s met elkaar verband houden hebben de scholen nauw met elkaar samengewerkt en hun ervaringen gedeeld.

Een te grote broek
John van Lith van het Veluws College: “Al vrij snel na de start van het leerlab merkten wij dat we met het thema digitale content ontwikkelen een veel te grote broek hadden aangetrokken. Je moet helemaal geen content willen ontwikkelen! We hebben toen een grote stap teruggezet. Van het ontwikkelen van digitale content naar werken met digitale content. Uiteindelijk hebben we veel kennis over ict-mogelijkheden opgedaan.”

Versnelling
Voor Harm Derksen van Topsport Talentschool Sint-Joriscollege heeft het leerlab er met name voor gezorgd dat er nu meer dan voorheen met digitale content wordt gewerkt. Harm: “Leerlingen kunnen dankzij gepersonaliseerd leren met digitale content ook sneller door de stof. Zo heeft één klas LOOT-leerlingen in mei al de derde klas afgesloten, waarna ze met de stof voor het vierde leerjaar konden beginnen. Dankzij die voorsprong werken ze eerder richting het profiel toe. Geweldig toch?! Dit zet ons aan het denken wat er nog meer mogelijk is.”

Olievlek
Op CVO ’t Gooi is een beweging in gang gezet. Mijke Lambooij: “De betrokken docenten hebben een visie ontwikkeld en durven zich meer uit te spreken. Als je zélf enthousiast bent, werkt dat aanstekelijk. Ik vind het mooi om te zien dat binnen de grotere pilot bij ons op school, ook allemaal kleine pilots zijn ontstaan. Zo heeft de deelname aan het leerlab als een soort olievlek gewerkt.”

Met één muisklik
Voor een aantal scholen geldt dat ze kennis hebben gemaakt met één of meerdere elektronische leeromgevingen (elo’s), zoals Summar.io, Learnbeat of Elerna. Op het Veluws College hebben ze hun bestaande elo itslearning beter en effectiever ingezet voor Engels. Wouter Penris: “Itslearning werd voorheen meer als een verzamelbak gebruikt. We hebben het opnieuw ingericht en doorklikbaar gemaakt. Nu kunnen leerlingen vanuit hun planner met één muisklik bijvoorbeeld een bestand uploaden, laten beoordelen of laten peerreviewen.”

Digitaal programma
Voor het Sint-Joriscollege bleek er voor de bovenbouw nog geen online platform te zijn dat aan alle eisen voldeed. Harm Derksen: “Voor de onderbouw zijn er al goede programma’s, maar voor de bovenbouw is dat lastiger omdat het programma om de vier jaar verandert. Daarom zijn wij nu zelf bezig om een digitaal programma op basis van digitale leerdoelen te laten ontwikkelen.” Het Trevianum kwam er juist achter dat voor hun content belangrijker is dan het vinden van een platform en is naar volle tevredenheid VO-content gaan gebruiken.

Lessons learned
Een belangrijke les voor een aantal deelnemers is dat je gepersonaliseerd leren los moet zien van digitaal leren. Jan Deuss van het Trevianum: “Gepersonaliseerd leren is niet per se digitaal leren.” Differentiatie voor tijd- en plaatsonafhankelijk leren is belangrijk, omdat niet elke leerling dezelfde mate van zelfstandigheid en regie aankan.” Een andere les is geweest dat wat op de ene school goed werkt voor een leerling, niet hoeft te werken op de andere school. Dit komt omdat elke school zijn eigen cultuur heeft.

Geld en tijd
Op het OSG Echnaton is voor elke leerling inmiddels 60% van de lessen gedifferentieerd. Esther Cicilia: “Hier hebben we als school een nieuwe visie voor gemaakt. Er wordt nu geld en tijd vrijgemaakt voor implementatie van een digitale leeromgeving en workshops VO-content. Het idee is om in ieder geval één keer per kwartaal intern hiervoor samen te komen.”

Opschalen
Cors Westerdijk van CVO ’t Gooi: “Voor ons gaat het echte werk nu beginnen! We weten dankzij het leerlab beter wat we willen en waar we naartoe willen. Daarom gaan we nu kleine experimenten opschalen en alle initiatieven die er zijn versterken en verder uitrollen. Het is belangrijk om de expertise die we hebben opgedaan nu te benutten.”

Examens
Ruud Chermin van de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen: “Wat wij met onze pilot voor Engels hebben laten zien is dat het kerncurriculum ook in minder uren gedraaid kan worden. Onze topsportleerlingen krijgen slechts één uur per week een reguliere les en worden verder op een meer coachende manier begeleid.”

Durf los te laten
Veelgehoorde adviezen van de scholen zijn: begin klein, zet één stap tegelijk, neem de tijd om te experimenteren, geef de leerling vertrouwen, en durf als docent los te laten. Bedenk: wat werkt bij topsportleerlingen kan ook werken bij andere leerlingen die vaak afwezig zijn of kunnen versnellen. Annemieke van Cleef van het Leonardo: “Wij zien dat topsportleerlingen veel lessen missen en toch vaak hun punten halen. Dan zouden we in het reguliere onderwijs toch ook op een meer coachende manier kunnen lesgeven?”

Toekomst
De LOOT-scholen gaan door met waar ze mee zijn gestart. Waar de ene school wekelijks intern wil blijven samenkomen, denkt de andere school aan een paar keer per jaar. Een aantal deelnemers wil graag ter inspiratie andere scholen blijven bezoeken en (regionaal) samenwerken met scholen die iets gemeenschappelijks hebben. Harm Derksen van het Sint-Joriscollege: “Voor samenwerking heb je een netwerk en korte lijntjes nodig en die zijn er nu!”

Coachingsgesprek
Een deel van de scholen in dit leerlab ontwikkelden samen ‘placemats’ met daarop een gesprekscirkel voor het coachingsgesprek. Een voor leerlingen en een voor docenten. Tijdens het gesprek doorloop je de hele cirkel. De leerling kiest zelf een vaardigheid uit die hij of zij wil ontwikkelen. Ook de weg er naartoe wordt door de leerling zelf bedacht.


Poster digitale content
De scholen die zich hebben gericht op digitale content hebben ervaringen op gedaan met verschillende platforms en digitale content. Op deze poster staan de ervaringen van verschillende docenten per school.

Praktijkvoorbeelden vanuit het leerlab

Deelnemende scholen

Beekdal Lyceum

Arnhem
havo | vwo
1200 leerlingen

Praktijkvoorbeelden

CVO ’t Gooi – de Savorin Lohman

Hilversum
2364 leerlingen

Praktijkvoorbeelden

Rodenborch College

Rosmalen
vmbo-b | vmbo-k | vmbo-t | vmbo-(g)t | havo | vwo
1485 leerlingen

Praktijkvoorbeelden

Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen

Nijmegen
vmbo-(g)t | havo | vwo
1350 leerlingen

Praktijkvoorbeelden

Tabor College – Topsport Talent School

Hoorn
vmbo-(g)t | havo | vwo
1500 leerlingen

Praktijkvoorbeelden

Thorbecke VO – Topsport Talent School

Rotterdam
vmbo-b | vmbo-k | vmbo-t | vmbo-(g)t | havo | vwo
1831 leerlingen

Praktijkvoorbeelden

Vragen over het leerlab?

Neem contact op met Michelle Knijff, michelleknijff@schoolinfo.nl