Zelfvertrouwentool

In hoeverre is er sprake van zelfvertrouwen met betrekking tot school bij mijn leerlingen?

Toelichting wat het instrument doet

Deze korte vragenlijst meet in hoeverre leerlingen zelfvertrouwen hebben in hun eigen kunnen als het gaat om schoolwerk. Voorbeelden van stellingen uit deze vragenlijst zijn: ‘Ik weet zeker dat dit jaar alles voor wiskunde me wel zal lukken’ en ‘Ik kan bijna alles bij Nederlands, als ik het maar blijf proberen’.

Doelgroep

Het instrument is geschikt voor bovenbouw basisonderwijs; voortgezet onderwijs

Tijdsinvestering onderzoek

Naar schatting bedraagt de tijdsinvestering 2 uur.

› Bekijk een voorbeeld van een tijdsinvestering.

Bronnen

Op deze pagina vind je een overzicht van de bronnen waarop de tools zijn gebaseerd.

VOORBEREIDING

Hoe bereid je de afname van de zelfvertrouwentool voor?

Stap 1: Zorg dat er toestemming is van ouders/verzorgers voor het afnemen van de vragenlijst. Bekijk hoe je veilig omgaat met gegevens en toestemming regelt.

Stap 2: Vul het vak/de activiteit in op de juiste plaatsen in de vragenlijst als je het schoolgerelateerd zelfvertrouwen van een specifiek vak wilt weten. Als je geen specifiek vak onderzoekt, gebruik dan de standaardversie.

Download de Vragenlijst zelfvertrouwentool (standaardversie). Dit is de standaardversie. De Vragenlijst zelfvertrouwentool (aangepast naar specifiek vak/activiteit) heeft stellingen die aangepast kunnen worden aan een specifieke activiteit of een specifiek vak.

Stap 3: Print de vragenlijst voor een afname op papier of bereid een online afname voor viabijvoorbeeld Survey Monkey of Google Formulieren.

› Bekijk de voor- en nadelen van afname op papier of digitaal.

UITVOERING

Hoe voer je de afname van de vragenlijst uit?

Stap 1: Geef uitleg aan leerlingen over het invullen van de vragenlijst:

  • De vragenlijst gaat over zelfvertrouwen in lessen/opdrachten [van een specifiek vak/een specifieke activiteit].
  • Vertel de leerlingen dat de vragen anoniem worden verwerkt. De leerling moet zich vrij voelen in het beantwoorden van de vragen.
  • Vertel de leerlingen uit hoeveel vragen de vragenlijst bestaat.
  • Leerling leest de toelichting voor het invullen van de vragenlijst.
  • Leerling leest een stelling en omcirkelt één van de 5 antwoordcategorieën.
  • Als de leerling klaar is, geeft hij/zij de vragenlijst aan jou of slaat hij/zij de antwoorden digitaal op.

Stap 2: Sla de vragenlijst op een beveiligde plek op.

›Bekijk hoe je veilig omgaat met gegevens en toestemming regelt.

ANALYSE

Hoe analyseer je de verkregen antwoorden?

Stap 1: De antwoorden van leerlingen worden ingevoerd in een Excel-format. Bij een online afname kunnen antwoorden worden geëxporteerd naar Excel. Bij een papieren afname worden antwoorden handmatig ingevoerd in Excel (invoertijd 1 minuut per leerling). Wanneer een leerling meerdere antwoorden heeft gegeven of geen antwoord gegeven heeft, dan vul je niets in. Belangrijk is dat in het Excel-format alleen cijfers komen te staan. De cijfers staan voor de antwoorden van de leerlingen (‘Past nooit bij mij’=1, ‘Past bijna nooit bij mij’=2, ‘Past soms bij mij’=3, ‘Past bijna altijd bij mij’=4 en ‘Past altijd bij mij’=5).

› Download het Excel-format.

Stap 2: De antwoorden van leerlingen worden in het Excel-format geanalyseerd door eerst een gemiddelde te berekenen van alle gegeven antwoorden per stelling. De stellingen die samen ‘zelfvertrouwen op school’ meten vormen een zogenoemde schaal. In het Excel-format staat ook een gemiddelde voor de schaal.

Stap 3: Het Excel-format geeft informatie over de betrouwbaarheid, het gemiddelde en de standaardafwijking.

INTERPRETATIE

Wat vertellen de resultaten jou?

Bekijk het gemiddelde, de betrouwbaarheid en de standaardafwijking van de schaal. Als leerlingen een hoge score hebben op schoolgerelateerd zelfvertrouwen, betekent dit dat ze zelfvertrouwen hebben wat betreft hun schoolwerk en dat ze zelfvertrouwen hebben voor bijvoorbeeld moeilijke taken. Aan de hand van de gemiddelde score kan antwoord worden gegeven op de vraag in welke mate leerlingen zelfvertrouwen hebben in het maken van schoolwerk. Als deze vragen voor meerdere vakken afgenomen worden, dan is een vergelijking te maken tussen die vakken en is het mogelijk te zien waar leerlingen wel/geen vertrouwen hebben. Dit instrument is niet geschikt om conclusies te trekken over individuele leerlingen, bijvoorbeeld over faalangst.

› Bekijk waarom het belangrijk is de betrouwbaarheid te controleren en hoe je de standaardafwijkingen interpreteert.

VERVOLGSTAPPEN

Wat kun je vervolgens doen met de resultaten?

  • Je kunt het onderwijs aanpassen met als doel het zelfvertrouwen van leerlingen (verder) te verhogen.
  • Zoeken naar onderliggende redenen voor tegenvallend zelfvertrouwen. Hiervoor kunnen leerlingen en docenten worden geïnterviewd. Bekijk de interviewtool docenten.